Als bouwvakker in PC 124 heb je recht op een mobiliteitsvergoeding voor de kilometers die je dagelijks aflegt. Maar wist je dat de manier waarop je badget in de bedrijfswagen rechtstreeks bepaalt hoeveel kilometer er op je loonbrief verschijnt — en tegen welk tarief? In dit artikel leggen we alle 8 badge-scenario's uit.
Het LIVE.connect badgesysteem registreert elke dag automatisch de prestatie-mobiliteit: de werkelijk afgelegde kilometers, de rol (chauffeur of passagier) en het start- en eindpunt van de verplaatsing. Die gegevens gaan rechtstreeks naar de loonadministratie.
Hoe werkt het badgesysteem in de bedrijfswagen?
Badgen doe je met een Dallas-sleutel — een kleine iButton-chip die je tegen de lezer in het voertuig houdt. Het systeem herkent onmiddellijk wie er instapt en registreert de start of het einde van een rit. Sommige bestuurders werken met een zwarte sleutel: één sleutel voor zowel IN als OUT. Anderen gebruiken een rood-groene combinatie — groen om te starten, rood om af te sluiten. Die set wordt geleverd met een handige oproller, zodat beide sleutels altijd samen aan je sleutelbos hangen.
LIVE.connect registreert automatisch wie in het voertuig zit (via de LINKS/RECHTS-badge), van welk punt de rit start en stopt, en hoeveel km er per dag worden afgelegd. De badge-procedure bepaalt dus letterlijk wat er op je loonbrief staat.
Vragen over tarieven, chauffeur-passagier regels of specifieke situaties?
Scenario 1 — De klassieke werfdag: 1 bestuurder, meerdere werven
De situatie: Een werknemer vertrekt met de bedrijfswagen vanuit zijn woonplaats, rijdt naar twee werven en keert 's avonds terug.
Het systeem registreert de totale km van de rit 's morgens van de woonplaats naar werf A, naar werf B, en 's avonds terug naar de woonplaats. Omdat de werknemer alleen rijdt met een bedrijfswagen, valt hij onder het tarief chauffeur zonder passagiers — 5% meer dan het passagierstarief, met een minimumdrempel van 10 km/dag.
Scenario 2 — Eigen privévervoer naar de werf
De situatie: De werknemer rijdt met eigen vervoer naar de werf en terug naar huis. Op de werf is een bedrijfsvoertuig beschikbaar.
De kilometers met privévervoer (thuis → werf) vallen buiten de bedrijfswagenregistratie en worden apart vergoed via de verplaatsingsvergoeding voor eigen vervoer. De afstand woonplaats–werf werd op voorhand berekend en toegepast op het moment dat de werknemer in het bedrijfsvoertuig op de werf IN&OUT badget.
Scenario 3 — De bestuurder pikt onderweg een passagier op
De situatie: De bestuurder vertrekt met bedrijfsvoertuig thuis, en pikt onderweg een collega op (thuis of op parking). Na de laatste werf wordt de passagier terug thuis of op parking afgezet, en rijdt bestuurder naar huis.
Zodra de passagier via de RECHTS-badge is geregistreerd, herkent het systeem de bestuurder als chauffeur met passagiers. Het mobiliteitstarief geldt dan voor de volledige rit van die dag — ook voor het gedeelte dat de chauffeur alleen heeft gereden. Dit is het hoogste mobiliteitsvergoedingstarief én geldt vanaf de eerste kilometer — zonder minimumdrempel van 10 km.
"Onze chauffeurs reden jarenlang met passagiers zonder dat dat geregistreerd stond. Pas met het badgesysteem van AllConnects konden we aantonen dat ze recht hadden op het hogere tarief — en werd de loonadministratie eindelijk correct."Werfleider, bouwbedrijf regio Oost-Vlaanderen
LIVE.connect berekent al deze scenario's automatisch — correct tarief, elke dag.
Scenario 4 — Met bedrijfsvoertuig naar het depot/bedrijf; dan naar een werf, 's avonds naar huis
De situatie: De bestuurder met bedrijfswagen vertrekt vanuit woonplaats naar het depot/bedrijf om te werken of te laden, en rijdt vervolgens door naar een of meerdere werven. 's Avonds rijdt hij rechtstreeks naar huis.
De volledige dagafstand woonplaats → depot → werf → woonplaats wordt opgeteld. Passeert men enkel op het depot om te laden en vertrekt men binnen het kwartier? Dan wordt geen rekening gehouden met de OUT-IN, en loopt de mobiliteit automatisch van woonplaats tot werf. Blijft men langer dan een kwartier? Dan wordt deze tijd als prestatie gerekend.
Scenario 5 — Privévervoer naar depot, registratie prikklok, bedrijfsvoertuig naar werf en terug naar depot
De situatie: De werknemer komt met eigen vervoer aan op het depot/bedrijf, registreert zich op de prikklok. Hij vertrekt met bedrijfsvoertuig naar de werf en keert na de werkdag terug naar het depot/bedrijf om met eigen vervoer naar huis te rijden.
De mobiliteitsregistratie in de bedrijfswagen start op het depot. De gereden kilometers met privévervoer van thuis naar het depot worden apart vergoed. De prikklok registreert de arbeidstijd; de badge registreert de mobiliteitskilometers — twee aparte systemen die synchroon moeten lopen.
Scenario 6 — Privévervoer en prikklok op depot, bedrijfsvoertuig naar werf, einde dag op externe parking
De situatie: De werknemer komt met eigen vervoer aan op het depot/bedrijf, registreert zich op de prikklok. Hij vertrekt met bedrijfsvoertuig naar de werf. Op het einde van de werkdag keert hij niet terug naar het depot/bedrijf maar parkeert het bedrijfsvoertuig op een parkeerlocatie onderweg.
De badge OUT op de parking sluit de mobiliteitsregistratie van de bedrijfswagen af. De km van het depot naar de werven en vervolgens naar de publieke parkeerlocatie worden correct opgeteld als dagafstand. De terugrit naar huis met privévervoer valt buiten de bedrijfswagenregistratie.
Scenario 7 — Privévervoer en prikklok op depot, bedrijfsvoertuig naar werf, einde dag bij woonplaats
De situatie: De werknemer komt met eigen vervoer aan op het depot/bedrijf, registreert zich op de prikklok. Hij vertrekt met bedrijfsvoertuig naar de werf. Op het einde van de werkdag keert hij niet terug naar het depot/bedrijf maar rijdt naar huis met het bedrijfsvoertuig.
Het systeem berekent de kilometers van depot → werven → woonplaats. De totale dagafstand omvat dus de ochtendrit (depot → werf) én de avondrit (werf → huis). Beiden tellen mee voor de mobiliteitsvergoeding.
Scenario 8 — Verzamellocatie als vertrek- en eindpunt van de werkdag
De situatie: Werknemers komen met eigen vervoer naar het depot/bedrijf/carpoolparking. Het bedrijfsvoertuig vertrekt van daaruit naar de werf en keert 's avonds terug naar de startlocatie.
De mobiliteitsregistratie van de bedrijfswagen loopt van de carpoollocatie naar de werf en terug. De kilometers die werknemers met privévervoer van thuis naar het carpoolpunt afleggen, vallen buiten de bedrijfswagenregistratie en worden apart vergoed. De bestuurder geldt als chauffeur met passagiers voor de volledige rit.
Conclusie: badge correct = vergoeding correct
LIVE.connect berekent de mobiliteitsvergoedingen volledig automatisch op basis van de badge-handelingen. Het systeem weet wie de chauffeur is, wie passagier, hoeveel kilometer er per dag zijn afgelegd en wat het correcte tarief is. Maar het systeem is zo goed als de data die het ontvangt.
Badge correct in elk scenario, en de mobiliteitsvergoeding klopt automatisch — elke maand, voor elke werknemer.
Veelgestelde vragen
-
De groene Dallas-sleutel gebruik je om in te checken in het voertuig (start mobiliteit). De rode Dallas-sleutel gebruik je om uit te checken (stop mobiliteit). Beide sleutels worden op het mobiliteitsbord gehouden: de linkerknop is voor de chauffeur, de rechterknop voor de passagier(s).
-
De linkerknop is bestemd voor de chauffeur (bestuurder). De rechterknop is bestemd voor de passagier(s). De chauffeur gebruikt altijd de linkerknop; de passagier de rechterknop. Dit onderscheid bepaalt het tarief: chauffeur met passagiers = hoogste tarief (€0,1579/km, geen minimumdrempel), chauffeur zonder passagiers = 5% boven barema B (min. 10 km/dag), passagier = barema B (min. 10 km/dag).
-
Als een passagier binnen 15 seconden na de chauffeur badge IN doet, worden beiden als tegelijkertijd vertrokken beschouwd. Dit is ook van toepassing bij scenario 2 (eigen wagen naar werf) waar de werknemer in het bedrijfsvoertuig op de werf binnen 15 seconden IN en OUT badget om de ochtend- of avondmobiliteit te registreren.
-
Als de passagier vergeet badge IN te doen, registreert het systeem de chauffeur als rijdend zonder passagiers, met een lager tarief. De chauffeur ontvangt dan minder dan waar hij als chauffeur met passagiers recht op heeft. Controleer altijd of de passagier heeft gebadged vóór vertrek. Bij vergissing: contacteer HR voor een manuele correctie.
-
Passeert men enkel op het depot/bedrijf om te laden, en vertrekt men terug binnen het kwartier? Dan wordt er geen rekening gehouden met de OUT-IN, en loopt de mobiliteitsregistratie automatisch door van woonplaats tot werf. Blijft men langer dan een kwartier ter plaatse? Dan wordt deze tijd als prestatie gerekend.
-
Het registratiesysteem gebruikt GPS-data gecombineerd met de badge IN/OUT-acties. De groene sleutel markeert de start van een verplaatsing; de rode sleutel het einde. Het systeem berekent de reële rijafstand (geen vogelvlucht) tussen beide punten en koppelt die aan het persoonlijk badge-profiel.
Heb je vragen over de specifieke mobiliteitssituatie van jouw werknemers?
Neem contact op met het AllConnects team — we denken graag met je mee.
Hilde Lavrijssen
Marketing Manager — AllConnects BV
Hilde volgt de Belgische wetgeving rond mobiliteit, vlootbeheer en tijdregistratie op de voet en vertaalt die naar praktische inzichten voor bedrijven op de weg.